2 december 2021

Vaststellingsovereenkomst en WW

2 min read

Wie onverwachts met ontslag geconfronteerd wordt, komt terecht in roerig vaarwater. Het betekent meestal een periode van onzekerheid die gepaard gaat met negatieve energie en de noodzaak om beslissingen te nemen over zaken die je niet goed kunt overzien. Eén van die zaken is de vaststellingsovereenkomst en het recht op een WW-uitkering. Daar gaat bovendien nog wel eens iets mis. We leggen uit hoe dat zit.

Wat is een vaststellingsovereenkomst?

Een werkgever probeert een ontslag in eerste instantie vaak op basis van wederzijds goedvinden te regelen. Als deze samen met jou tot afspraken over de afhandeling van je ontslag weet te komen, kan een gang naar het UWV of de kantonrechter voorkomen worden. Dat scheelt tijd, geld en zorgt naast duidelijke afspraken over een gegarandeerde uitkomst: het beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

Om die ontslagvoorwaarden vast te leggen, wordt een vaststellingsovereenkomst (ook wel beëindigingsovereenkomst genoemd) gebruikt. Dat is een vrijwillig contract waarin jij en je werkgever vastleggen hoe je ontslag afgewikkeld wordt. Na ondertekening wordt je arbeidscontract beëindigd en kun je je carrière vervolgen. Als je nog geen nieuwe baan hebt gevonden, kun je met de vaststellingsovereenkomst een WW-uitkering aanvragen. Maar dan moeten de toetsingscriteria van het UWV wel in acht zijn genomen!

Wat staat er in een vaststellingsovereenkomst?

In een vaststellingsovereenkomst staan in ieder geval de volgende bepalingen:

  • De naam en het adres van jou en je werkgever;
  • De reden voor het beëindigen van je contract en wie daartoe het initiatief nam;
  • De bevestiging dat er geen sprake is van een dringende reden;
  • Dat je overeenkomst beëindigd wordt met wederzijds goedvinden;
  • De einddatum van je arbeidsovereenkomst én de gehanteerde opzegtermijn;
  • De wettelijke bedenktijd van 14 dagen.

Het UWV en de WW-uitkering

In Nederland is het UWV belast met het toetsen en betalen van de uitkeringen op het gebied van de werkloosheidswet en de ziektewet. Het UWV stelt strikte eisen aan een vaststellingsovereenkomst die wordt gebruikt om een WW-uitkering aan te vragen. Dat doen ze uiteraard om fraude te voorkomen. Bij ontslag met wederzijds goedvinden kijkt het UWV naar de tekstuele uitwerking van de vaststellingsovereenkomst en naar de feitelijke achtergrond van het ontslag.

Vaststellingsovereenkomst met recht op WW

Om als ontslagen werknemer in aanmerking te kunnen komen voor een WW-uitkering, zullen de considerans, einddatum en overeenstemmingsdatum correct in je vaststellingsovereenkomst moeten zijn opgenomen. De belangrijkste bepalingen zijn als volgt:

  1. Je werkgever heeft het initiatief tot ontslag genomen;
  2. Er is geen dringende ontslagreden en je bent niet verwijtbaar werkloos geworden;
  3. De datum waarop je uit dienst treedt neemt de opzegtermijn uit je arbeidscontract in acht;
  4. Je bent na je ontslag direct beschikbaar voor betaald werk (en dus niet ziek);
  5. Je was verzekerd voor werkloosheid, verliest minstens 5 uur werk per week en hebt in de laatste 36 weken minstens 26 weken gewerkt.

Teken nooit het eerste ontslagvoorstel dat je ontvangt. Laat je vaststellingsovereenkomst controleren door een arbeidsjurist, onderhandel over de voorwaarden en verzeker jezelf ervan dat je recht op een aansluitende WW-uitkering is veiliggesteld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *